GMB
Directie

VEILIG WERKEN? ZÓ!

Alsjeblieft, het veiligheidshandboek van GMB Civiel dat in overleg met elkaar tot stand is gekomen. Dit veiligheidshandboek draagt bij aan ons doel: bewust iedere dag, iedere medewerker veilig en gezond weer thuis.

Want laten we daar duidelijk in zijn. Wie niet veilig werkt, loopt het risico op een dag niet gezond thuis te komen. Of op een dag helemaal niet thuis te komen… Laten we eerlijk zijn: dan is onveilig werken toch geen optie?

We rekenen erop dat jij er óók zo over denkt. We verwachten van je dat je hierin verantwoordelijkheid neemt. Verantwoordelijkheid voor je eigen werk en je eigen veiligheid, maar óók voor die van je collega's. Help elkaar te herinneren aan de veiligheidsregels, wees alert op risico's en houd elkaar scherp. Zo realiseren we samen een werkomgeving die niet toevallig, maar bewúst zonder ongevallen is. Geen kwestie van geluk, maar van oplettendheid.

Heb je het gevoel dat je meer informatie nodig hebt om veilig te werken? Zijn er omstandigheden op je werk die veilig werken onmogelijk maken? Wil je ideeën of tips om nog veiliger te werken met ons delen? Neem dan contact op met ons. Samen gaan we voor maximale veiligheid!

Namens de directie van GMB Civiel,
Wiljan Beekman en Edwin van der Poel

Engineer

VEILIGHEIDSVERKLARING

Bewust iedere dag, iedere medewerker veilig en gezond weer thuis! Ons doel 'Bewust Zonder Ongevallen' is vanzelfsprekend als wij samen voor 100 procent onze verantwoordelijkheid nemen. Wij stellen onze eigen veiligheid, die van collega's en anderen met wie wij werken voorop! Door onze veiligheidswaarden ter harte te nemen en elkaar daarbij te helpen, kunnen we met trots veilig werken.


ONZE VEILIGHEIDSWAARDEN

Verantwoordelijk

Ik zorg voor mijn eigen veiligheid en die van anderen. Bij twijfel vraag ik om advies.

Bewust

Ik ken de specifieke risico's van mijn werkzaamheden en start pas als ik veilig kan werken.

Consequent

Ik werk volgens de afgesproken werkmethoden en veiligheidsvoorschriften.

Respect

Ik spreek anderen op basis van gelijkwaardigheid aan op onveilig gedrag.
Als iemand mij aanspreekt, neem ik dit serieus.

Eerlijk

Ik durf open te zijn en alles te melden, zodat we hier samen van kunnen leren.

Women Engineer

1. BASISREGELS EN PBM'S


ONZE BASISREGELS

KLEDINGBELEID

Wij dragen deugdelijke werkkleding van GMB. Bij indiensttreding ontvang je - afhankelijk van je functie - een standaardpakket met bedrijfskleding, doorwerkkleding, veiligheidsschoenen en andere persoonlijke beschermingsmiddelen.

ORDE EN NETHEID

  • Wij streven naar een opgeruimde bouwplaats/ werkplek.
  • Van te voren wordt nagedacht over een goede en volledige bouwplaatsinrichting (voldoende verlichting, positie keet, locatie van de afvalcontainers, opslaglocaties etc.).
  • Afval moet altijd gescheiden worden. Op alle bouwplaatsen zijn hiervoor voorzieningen getroffen.
  • De keet moet schoon en opgeruimd zijn.
  • Gevaarlijke en milieuschadelijke stoffen slaan wij altijd op boven een lekbak.

SIERADENBELEID
Armbanden, horloges, ringen en kettingen

Op alle plekken binnen GMB Civiel B.V. waar sprake is van de PBM-draagplicht (projecten van GMB Civiel) geldt voor iedereen - ook voor bezoekers en gasten - het verbod op sieraden. Onder sieraden verstaan we: armbanden, horloges, ringen en kettingen. Kun je sieraden aan je hand niet afdoen? Dan moet je handschoenen dragen of de sieraden afplakken met tape.

OVERIGE REGELS

  • Bij gebruik van een mobiele telefoon worden de werkzaamheden gestaakt en wordt een veilige plek gezocht.
  • Afscheiden van de bouwlocatie voor derden (bouwhekken).
  • Voor ieder gebruik van een (elektrisch) arbeidsmiddel voer je een visuele controle uit op slijtage of andere gebreken en controleer je de keuringsdatum.
  • Werkzaamheden worden uitgevoerd met het juiste (hand) gereedschap.
Electrician

ONS PBM-BELEID

geldt voor iedereen van GMB Civiel (ook bezoekers en gasten).

  • Helm (altijd).
  • Veiligheidsschoeisel S3 (altijd).
  • Reflecterende kleding (bij werken in de duisternis, langs de openbare weg of werken in de buurt van bewegend materieel).
  • Gehoorbescherming wordt bij 80 dB(A) door GMB aangeboden en bij 85 dB(A) of hoger verplicht gesteld.
  • Gasmeter (bij werk in besloten/bijzondere ruimtes).
  • Veiligheidsbril, bij slijpen, breken, frezen etc. De bril moet aansluiten op het gelaat.
  • Harnas, bij werken op hoogte, verplicht in de hoogwerker.
  • Adembescherming, bij blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen en/of gassen.
  • Handschoenen, bij werkzaamheden met chemicaliën, hitte en kou, scherpe delen, elektriciteit, vibraties etc.
Ons PBM-BELEID Engineer observe

2. TOP RISICO'S EN HOE WE DEZE BEHEERSEN

Om risico's te beheersen, is het belangrijk dat je op de hoogte bent van jouw rol in het dagelijkse werk. Wij stellen immers onze eigen veiligheid, die van collega's en anderen met wie wij werken voorop! Zo kan iedere medewerker aan het einde van de werkdag weer veilig en gezond naar huis.

ROL MEDEWERKER

  • Zorg dat je goed geïnformeerd bent, durf om uitleg te vragen en deel je kennis met elkaar.
  • Schat altijd de gevaren voor jezelf en je werkomgeving in en gebruik de juiste middelen.
  • Onderbreek je werk bij een onvoorziene situatie, informeer je leidinggevende en beoordeel de situatie nogmaals.

ROL LEIDINGGEVENDE

  • Toon voorbeeldgedrag, in woord en daad.
  • Creëer sfeer en condities, geef vertrouwen zodat medewerkers veiligheidszaken open kunnen bespreken.
  • Zorg dat de veiligheidswaarden binnen jouw team ter harte genomen worden.

WERKEN OP HOOGTE (VALGEVAAR)

Het werken bij openingen in vloeren, bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden of wanneer het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer naar beneden te vallen.

RISICO'S:

  • Vallende voorwerpen van hoogte.
  • Vallen en struikelen van daken, ladders, trappen en steigers.
  • Vallen door sparingen/ openingen in de vloer.
  • Onvoldoende (val)beveiliging of het ontbreken daarvan.
  • Verkeerd gebruik van arbeidsmiddelen (ladder of steiger).
Broken Stairs

MAATREGELEN:

  • Leuningwerk toepassen van minimaal 1 meter hoog. Bij een valhoogte van meer dan 13 meter moet het leuningwerk 1,20 meter hoog zijn (daar waar mogelijk op voorhand aanbrengen).
  • Gebruik van steigers en trappentorens i.p.v. ladders.
  • Opbouwen van de steiger conform de handleiding van de fabrikant.
  • Inzetten van hoogwerkers. In de hoogwerker is het dragen van een harnas verplicht.
  • Afzetten/ dichtleggen van sparingen en openingen in de vloer.
  • Controleren van de ondergrond (als basis voor klimmateriaal etc.).
  • Aangelijnd werken (gebruik goede ankerpunten) wanneer geen leuning geplaatst kan worden.
  • Werkplek is stabiel en voldoende stevig. Tijdens gebruik de stabiliteit en sterkte regelmatig controleren.
  • Zorg voor een opgeruimde werkplek.
  • Bij gevaar voor vallende voorwerpen moet er aansluitend op de werkvloer een minstens 0,15 meter hoge kantplank worden geplaatst.

Wet:

Arbocatalogus:

Overig:

Ladderborgpunt

WERKEN IN BESLOTEN / BIJZONDERE RUIMTES

Werken in een gesloten, deels open of niet gemakkelijk te betreden omgeving met een al dan niet vernauwde toegang. Deze ruimte is niet bestemd voor het verblijf van personen. Van deze ruimte wordt vermoed dat de atmosfeer zodanige stoffen bevat dat bij betreding gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en/of explosie. Voorbeelden zijn tanks, putten, sleuven, kelders, riolen en silo's.

RISICO'S:

  • Verstikking.
  • Bedwelming.
  • Beknelling.
  • Brand en explosies.
  • Elektrocutie.
  • Vallen, stoten, struikelen.
Risicos

MAATREGELEN:

  • Meten luchtkwaliteit (GMB-gasmeetprocedure).
  • Inzetten van mangatwacht.
  • Werkmethode afstemmen op TRA (Taak Risico Analyse).
  • Werkruimte schoon houden.
  • Toegang vrij houden.
  • Creëer waar mogelijk een nooduitgang.
  • Mechanisch ventileren.
  • Communicatiemiddelen inzetten.
  • Laagspanning gereedschap gebruiken (accu/ gebruik scheidingstrafo).
  • Plan en hulpmiddelen voor eventuele redding.
  • Interne voorlichting en instructie door de afdeling KAM.

Wet:

Arbocatalogus:

Overig:

HIJSWERKZAAMHEDEN

Het horizontaal en/of verticaal verplaatsen van een last.

RISICO'S:

  • Omvallen/ verzakken kraan.
  • Bezwijken hijsmiddelen.
  • Vallende hijsmiddelen en/of lasten.
  • Gieken van kranen raken elkaar.
  • Giek komt in aanraking met hoogspanningsleiding.
  • Blikseminslag.
  • Beknelling, stoten.
  • Onjuist werken met manbak/ werkbak.
  • Slechte communicatie tussen de machinist en rigger.
  • Werken met onjuiste (hijs) tabellen.
  • Werken met een uitgeschakelde Last Moment Beveiliging (LMB).

MAATREGELEN:

  • Opstellen hijsplan bij risicovolle hijsactiviteiten.
  • Draagkrachtige en vlakke ondergrond (uitvoeren opstellingskeuring).
  • Afzetten werkgebied.
  • Werkmethode afstemmen (communicatie tussen machinist en rigger door gebruik portofoon, begeleiding last).
  • Gekeurde en gecontroleerde hijsmiddelen gebruiken (dagelijkse controle).
  • Werknemers mogen zich niet onder de hijslast bevinden.
  • Hijsen met een machine die beveiligd is (geen hijswerk met oude funderingsmachines, vooraf bepalen welke machine geschikt is).
  • Zorg ervoor dat de documenten bij de kraan/het hijsgereedschap aanwezig zijn, zoals het instructieboek, kraanboek, hijstabel, certificaten van beproeving.
  • Op de juiste wijze bevestigen van de last.
  • Kettingen (rood - wit) plaatsen tussen de stempelpoten van de telekraan.
  • Inzetten van vaste (opgeleide) riggers/ hijsbegeleiders (minimaal 18 jaar) bij complexe en/of risicovolle hijswerkzaamheden.
  • Inzetten van machinist met TCVT-certificaat van vakbekwaamheid.
  • Verlaat de kraan bij (dreigend) onweer; raak in de cabine tijdens onweer de metalen buitenwand niet aan.
  • Vanaf windkracht 6 stoppen met hijswerk (of eerder wanneer de hijstabel van de kraan dit aangeeft).
  • Laten uitvoeren van een onafhankelijke opstellingsbeoordeling bij aanvang van de werkzaamheden.
  • Organiseren van gericht toezicht op veilig werken tijdens hijs- of funderingswerkzaamheden.
  • De Last Moment Beveiliging dient bij alle hijswerkzaamheden ingeschakeld te zijn, uitgezonderd is funderingswerk (trillen/ drukken).
Commands

Wet:

Arbocatalogus:

Overig:

WERKEN IN DE BUURT VAN BEWEGEND MATERIEEL

Het werken in een gebied waar ook machinebewegingen plaatsvinden zoals rondrijdende vrachtwagens, machinale bewerking en verwerking van materialen.

RISICO'S:

  • Aanrijding.
  • Afvallende lading.
  • Beknelling.
  • Gehoorschade.
  • Wegvliegen, verschuiven of wegrollen van materiaal (door wind).
Man in Van

MAATREGELEN:

  • Waar mogelijk loopgebied aanwijzen en markeren.
  • Reflecterende/ fluoriserende kleding dragen (verplicht).
  • Donkere gebieden waar mensen bewegen verlichten.
  • Snelheid beperken in werkgebied waar mensen bewegen (bouwplaats).
  • Methode 'zie ik jou en zie je mij' toepassen.
  • In zicht aanlopen en benadering kenbaar maken bij machinist bij benaderen machines.
  • Bij hijsen geen personen in het valbereik van de machine of materieel/ materiaal.
  • Achteruitrijsignaal op groot materieel toepassen (aanvullend advies, achteruitrijcamera).

Arbocatalogus:

TALUD / ONTGRAVINGEN

Het werken op een talud (helling/ schuin vlak) of in een open ontgraving.

RISICO'S:

  • Uitglijden.
  • Bedelving.
  • Beknelling.
  • Bedwelming.
  • Vallende onderdelen.
  • Vervuilde grond.
  • Water in de kuip/ ontgraving.
  • Inkalven van talud.
  • Bezwijken van de grondkerende constructie.
Man drive a car

MAATREGELEN:

  • Afzettingen aanbrengen (afhankelijk van omgeving).
  • Voorziening treffen om droog te kunnen werken.
  • Toegang situeren door middel van taludtrap.
  • Twee veilige toegangen en uitgangen en/of vluchtwegen loopgebied aanwijzen en markeren.
  • Sleufkist gebruiken bij instabiele grond of beperkte ruimte.
  • Maak gebruik van stempels, bekistingen of damwanden wanneer de diepte van de sleuf of put meer dan 1 meter bedraagt.
  • Afspraken maken over werkmethode (niet draaien over medewerkers).
  • Toepassen van verlichting.
  • In sleuven moet gewerkt worden met veilige spanning (maximaal 50V wisselspanning of 120V gelijkspanning) of accugereedschap.
  • Graafmachines moeten bij geringe ontgravingsdiepte (< 1 meter) op 0,50 meter tot 1 meter afstand van het talud blijven. Bij grotere ontgravingsdiepten is meer afstand nodig.

Wet:

Arbocatalogus:

Overig:


Table

KABELS EN LEIDINGEN

Het werken in de nabijheid van kabels en leidingen.

  • Elektrocutie.
  • Explosie.
  • Schade.

MAATREGELEN:

  • Proces kabels en leidingen in het MZS gebruiken.
  • KLIC-melding doen is verplicht (gebruik de KLIC-melding/ app).
  • Duidelijke en zichtbare instructie verzorgen (keetkaart agentschap telecom).
  • Veilig graven-app van agentschap telecom gebruiken.
  • Proefsleuven voorsteken en detecteren.
  • Nooit aannemen dat een kabel of leiding niet meer in gebruik is.
  • Graafschade altijd melden bij uitvoerder.
Man in Cables

Arbocatalogus:

GMB:

WERKEN MET ELEKTRICITEIT EN BEWEGENDE DELEN (LOTOTO)

Het wegnemen van alle energie die kan vrijkomen tijdens het werken aan de installatie. Denk hierbij aan druk en gevaarlijke stoffen/ gassen in leidingen, stilzetten van mechanisch bewegende delen, spanningvoerende delen, temperatuur e.d., Lock out (uitschakelen, isoleren en vergrendelen), Tag out (markeren en labelen) en Try out (testen).

RISICO'S:

  • Elektrocutie.
  • Verbranding.
  • Beknelling.
  • Verstikking.
Electricity

MAATREGELEN:

  • Werkzaamheden uitvoeren conform het Beleid LOTOTO uit het MZS.
  • Goed voorbereiden (ken de installatie, inventariseer alle energiebronnen).
  • LOTOTO alleen laten uitvoeren door personeel dat de installatie kent en bevoegd is de procedure uit te voeren.
  • TRA opstellen bij grotere/ risicovolle werkzaamheden.
  • Startwerk/ werkvergunning met alle betrokkenen.
  • Zorg voor de juiste middelen om een LOTOTO te kunnen uitvoeren (sloten/ kaarten LOTOTO-kit).
  • (Log out ) Iedere werknemer vergrendeld zijn deel van de installatie d.m.v. eigen hangslot en alleen die persoon mag deze verwijderen.
  • (Tag out) Kaart op de machine of in de directe omgeving hiervan.
  • (Try out) Na vergrendeling testen of het onderdeel werkelijk energievrij is.
  • Werk nooit onder spanning (elektrische spanning, vloeistofdruk e.d.)!

Overig:

WERKEN OP HET WATER

Werken op (bijvoorbeeld pontons) en nabij (minder dan 4 meter) het water.

RISICO'S:

  • Te water raken medewerkers (uitglijden, vallen).
  • Te water raken materiaal.
  • Beknelling verdrinking.
  • Elektrocutie.
  • Aanvaring.
Man work in water

MAATREGELEN:

  • Opstellingskeuring pontons uitvoeren (zie MZS).
  • Bij het werk met een mobiele kraan op een ponton is voor een drijvend werktuig altijd een certificaat van onderzoek nodig.
  • Veilige toegang naar ponton creëren.
  • PBM's dragen, zoals een reddingsvest (niet in machine of hoogwerker).
  • Laagspanning/ scheidingstrafo/ extra aardlek-automaat toepassen (op het water).
  • Hulpmiddelen voor eventuele redding aanschaffen.
  • Hulpmiddelen voor eventuele milieucalamiteiten (lekkage/ spill naar bodem/ water etc.) aanschaffen.
  • Kraan vastzetten op ponton of fysieke beperking aanbrengen op ponton waarbinnen de kraan kan bewegen.
  • Gebruik indien mogelijk accugereedschap.

Arbocatalogus:

GMB:

WERKEN OP EN LANGS DE OPENBARE WEG

Werken op en langs de openbare weg.

RISICO'S:

  • Aanrijdgevaar.
  • Omgeving ondervindt hinder.

MAATREGELEN:

  • Zorg ervoor dat er een verkeersplan aanwezig is.
  • Laat de verkeersvoorzieningen plaatsen conform CROW 96a/ 96b door een gerenommeerd bedrijf (zodat de oplossing voldoet aan de eisen).
  • Laat de verkeersvoorziening periodiek controleren door een gerenommeerd bedrijf.
  • Zet altijd een tijdelijke afzetting neer.
  • Zet tijdelijke afzetting ook op stoepen en trottoirs.
  • Zorgen voor goede, schone en reflecterende/ fluoriserende kleding.
  • Zet je auto zo neer dat deze je beschermt.
  • Zet het stuur zodanig dat bij een botsing de auto van je afdraait en niet de weg opdraait.
  • Let goed op jezelf en collega's.
  • Let ook op de andere verkeersdeelnemers.
Man drive in Road

Arbocatalogus:

Overig:

WERKEN ACHTER EEN (TIJDELIJKE) AFSLUITER

Onderhouds-/renovatiewerkzaamheden aan bestaande buisstelsels waarbij mogelijk (afval)water vrij kan komen (wordt tevens beschouwd als werken in een besloten ruimte) en/of waarbij een (tijdelijke) afsluiter wordt geplaatst.

RISICO'S:

  • Bezwijken afsluiter door mechanisch falen.
  • Bezwijken afsluiter door te hoge waterdruk.
  • Lichamelijk letsel door bezwijken afsluiter.
  • Verdrinking.
Constructor fix the problem

MAATREGELEN:

  • Voer de LOTOTO procedure uit conform Beleid LOTOTO.
  • Omgeving schoonmaken voor werkzaamheden.
  • Als het (afval)water afgeblokt moet worden, breng dan (gestempelde) afsluiters bovenstrooms aan. Plaats indien nodig aanvullende voorzieningen zoals een pomp.
  • De afsluiters moeten geschikt zijn voor de te verwachten omstandigheden. De afsluiter moet tenminste bestand zijn tegen een waterdruk gelijk aan het statische hoogteverschil tussen de betreffende rioolleiding en het maaiveld ter plaatse.
  • Balafsluiters mogen bij betreding van het riool/ besloten ruimten niet worden toegepast.
  • Rioolschotten moeten van een deugdelijke afstempeling worden voorzien. Bij stempelen moet altijd rekening gehouden worden met een veilige vluchtweg van de betreder.

Arbocatalogus:

Constructions

WERKEN MET (GEVAARLIJKE) STOF

Werkzaamheden waarbij (gevaarlijke) stof kan vrijkomen of het werken in een ruimte of gebied waar stof (houtstof, kwartsstof etc.) aanwezig is of kan zijn.

RISICO'S:

  • Blootstelling aan kankerverwekkende elementen.
  • Houtstof (o.a. bij schuren, zagen, schaven en frezen).
  • Kwartsstof (o.a. bij zagen sleuf, slijpen, hakken, boren en vegen).
  • Stof in de keetunits (als gevolg van grond wat onder de schoenen zit en opdroogt).
  • Stof op het buitenterrein door droogte, op- en overslag van bulkgoederen, transportbewegingen, verwerken/ bewerken en wind.

MAATREGELEN:

  • Laat waar mogelijk materialen op maat aanleveren waardoor zagen niet meer noodzakelijk is.
  • Kies materialen die geen of minder kwarts bevatten.
  • Pas een bewerkingsmethode toe waarbij zo min mogelijk stof vrijkomt (b.v. blokken knippen in plaats van zagen).
  • Gebruik een zaagmachine en handgereedschap voorzien van afzuiging (met voldoende capaciteit) en schakel deze gelijktijdig in.
  • Voer werkzaamheden indien mogelijk uit in de buitenomgeving.
  • Controleer stofzakken regelmatig en wissel deze om indien nodig.
  • Veeg stof nooit weg met een bezem maar gebruik een stofzuiger.
  • Zorg voor voldoende ventilatie en een schone werkvloer.
  • Werk zoveel mogelijk boven de wind.
  • Controleer periodiek de staat en onderhoud van afzuiging, watertoevoer en adembescherming (LMRA).
  • Bij droog weer regelmatig bevochtigen van de bouwplaats (wegen, bulkopslag etc.).
  • Opslag van bulkgoederen afdekken of indien mogelijk overkapt opslaan.
  • Snelheid beperken op de bouwplaats om opstuiven van stof te beperken.
  • Beperk de storthoogte.
  • Werk altijd conform de informatie zoals vermeld op de werkinstructiekaart of het veiligheidsinformatieblad van de gevaarlijke stof.
Chemicals

Wet:

Arbocatalogus:

Overig:

CHROOM-6 EN LOOD IN VERF EN COATINGS

Door de sterke corrosiewerende eigenschappen zijn Chroom-6 en lood in het verleden gebruikt voor de conservering van metalen, betonnen en houten bouwmaterialen. Voorbeelden hiervan zijn bruggen, kunstwerken, hekwerken, leidingdelen en dakconstructies. Bij blootstelling kan dit op termijn leiden tot ernstige gezondheidsschade.

RISICO'S:

  • Blootstelling door bewerken van de coating (slijpen, schuren, zagen enz.).
  • Allergische reacties door blootstelling aan de huid.
  • Vergiftiging door opname via de mond (inslikken).
  • Kankerverwekkend na inhalatie (inademing).

MAATREGELEN:

  • Werk op basis van de maatregelenmatrix uit het beheersregime Chroom-6 van RWS, RVB en ProRail ( 'maatregelenmatrix Chroom-6' in MZS).
  • Toets bij de opdrachtgever of er onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van Chroom-6.
  • Bij twijfel over de aanwezigheid van Chroom 6 een zelftest of labonderzoek laten uitvoeren.
  • Gebruik emissiearme technieken.
  • Wanneer adembescherming noodzakelijk is conform de maatregelenmatrix, dient altijd voor de airstream helm te worden gekozen.
  • Wanneer conform de maatregelenmatrix bij kleding meerdere mogelijkheden zijn aangekruist dient altijd de wegwerpoverall te worden gekozen.

Wet:

Overig:

Machine
Constructor

3. STOP THE JOB BELEID

WANNEER MAG JE HET WERK STOPPEN?

GMB vindt het belangrijk dat je de werkzaamheden stopt als je twijfelt of de omstandigheden veilig zijn of als iemand onveilig handelt. Onderbreek je werk bij een onvoorziene situatie, informeer je leidinggevende en beoordeel de situatie na de genomen maatregelen nogmaals.

Big Stop



4. INSTRUCTIES EN VOORLICHTING


Zo Veilig

Binnen GMB zijn er diverse vormen van regulier overleg over veiligheid:

START WERKINSTRUCTIE

Bijzonderheden in veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu worden tijdens de startwerkvergadering met alle betrokken eigen medewerkers, inleen- en onderaannemers van het project gehouden.


DAGELIJKS/ WEKELIJKS

Eenmaal per dag of per week voor aanvang van de werkzaamheden wordt de voortgang van het werk besproken waarbij veiligheids-, gezondheids-, welzijns- of milieugerelateerde zaken aan de orde komen.


TOOLBOX

Minimaal één keer per maand organiseert de uitvoerder een toolbox met alle werknemers die op de bouw onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Een toolboxmeeting is een kort periodiek werkoverleg met als doel de veiligheid te bevorderen. Van elke toolboxmeeting wordt een aanwezigheidslijst opgesteld.


START VEILIGHEID ZÓ!

Bij elk nieuw project vindt een startup veiligheid Zó! plaats. Hierin wordt met het projectteam inclusief opdrachtgever en een afgevaardigde van de onderaannemers besproken hoe van Zó! een succes wordt gemaakt op het project. Het creëren van positieve energie en saamhorigheid als start van het project staat daarbij centraal. Uitgangspunt hierbij is elkaar leren kennen, inzicht krijgen in de uitdagingen op het gebied van Zó! en het stellen van meetbare doelen waar alle betrokkenen bij aansluiten.


BESPREKING OMTRENT RISICOVOLLE ACTIVITEIT (Taak Risico Analyse)

Voor aanvang van risicovolle of bijzondere werkzaamheden vindt er een overleg plaats in het teken van de Taak Risico Analyse. Hier wordt besproken wat de werkzaamheden inhouden, wat de specifieke gevaren zijn en welke beheersmaatregelen er toegepast worden. Alle aanwezigen moeten tekenen dat zij deelgenomen hebben aan het overleg.


VEILIGHEIDSDAG

Een jaarlijks evenement waarbij alle medewerkers een werkdag een programma volgen die volledig in het teken staat van bewust veilig werken.


Construction at the waters edge

5. MELDINGSBELEID

Om een goede trendanalyse te kunnen maken en daarmee mogelijk ongevallen in de toekomst te voorkomen, is het van groot belang dat gevaarlijke situaties, bijna-ongevallen en ongevallen gemeld worden. Ook al is er (nog) niets mis gegaan, bijna-ongevallen of gevaarlijke situaties zijn een belangrijke les. Vaak worden incidenten afgedaan als 'onoplettendheid' en 'kan gebeuren', maar meestal zit er meer achter.

Meldingen kunnen worden gedaan via verschillende kanalen:

Een belangrijk uitgangspunt is dat - als de situatie dat toelaat - men eerst wordt aangesproken om de context te achterhalen.

Doe het volgende bij het maken van een melding:

  1. Maak een foto van de situatie die je aantreft (gevaarlijke situatie, verontreiniging, bijna-ongeval).
  2. Geef een duidelijke omschrijving van de situatie en het mogelijke gevaar.
  3. Maak (indien mogelijk) een foto van de situatie zodra deze afgehandeld is.
  4. Informeer de leidinggevende.

GMB maakt onderscheid tussen de volgende gebeurtenissen:

  • VGM-incidenten (onveilige situaties/ onveilige handelingen/ verontreiniging).
  • Bijna-ongeval.
  • Ongeval met of zonder verzuim.
  • Ongeval zonder letsel maar met schade (materiële of milieuschade) Bij elke melding wordt er een terugkoppeling gegeven aan de melder.
Construction boots

6. IN GEVAL VAN NOOD

Wanneer er een ongeval is gebeurd, dan moet de alarmkaart/ het noodplan of het projectspecifieke calamiteiten-/ communicatieplan geraadpleegd worden.

De alarmkaart/ het noodplan is te vinden op diverse plaatsen op de projectlocatie. De alarmkaart/ het noodplan beschrijft de eerste instructie over alarmering en melding en beschrijft de belangrijkste naw-gegevens van partijen die ingelicht moeten worden bij een ongeval. In het projectspecifieke calamiteiten-/ communicatieplan staat beschreven hoe men zich voorbereid heeft op calamiteiten en hoe men met calamiteiten omgaat.

Binnen GMB Civiel is iedereen verplicht om op de hoogte te zijn van de geldende noodprocedures zoals beschreven op de alarmkaart/ het noodplan of het projectspecifieke calamiteiten-/ communicatieplan.

Een ongeval moet direct gemeld worden bij de uitvoerder of projectleider. De uitvoerder brengt de projectleider op de hoogte. De projectleider neemt vervolgens contact op met de afdeling KAM en indien nodig met de directie (volgt uit proces ongevallen en VGM-incidenten).


End the book