GMB
riol_1

VEILIG WERKEN? ZÓ!

GMB Rioleringstechnieken B.V. staat bekend als een gerenommeerd bedrijf. Wij zijn betrouwbaar, flexibel en professioneel met een klantvriendelijke, operationele uitvoering.

GMB Rioleringstechnieken B.V. is een vooruitstrevende en continu verbeterende organisatie. Dit tonen wij mede door onze certificering voor diverse kwaliteit- en veiligheidsnormen. Veiligheid heeft topprioriteit. Hier zetten wij sterk op in met ons eigen veiligheidsprogramma Zó Veilig! en met behulp van de NEN Veiligheidsladder (Trede 3), om ons doel te verwezenlijken:

BEWUST ZONDER ONGEVALLEN

Bewust iedere dag, iedere medewerker veilig en gezond weer thuis!

Werken zonder ongevallen is voor ons vanzelfsprekend. Samen nemen wij hierin voor 100 procent onze verantwoordelijkheid. Wij stellen onze eigen veiligheid, die van collega's en anderen met wie wij werken voorop. Dit doen wij door onze veiligheidsverklaring, veiligheidswaarden en rollen ter harte te nemen en elkaar daarbij te helpen. Dan kunnen wij met trots veilig werken.

Namens de directie van GMB Rioleringstechnieken,
Maurice Wagenvoort

VEILIGHEIDSVERKLARING

Bewust iedere dag, iedere medewerker veilig en gezond weer thuis! Samen nemen wij voor 100 procent onze verantwoordelijkheid. Wij stellen onze veiligheid, die van collega's en anderen met wie wij werken voorop! Door onze veiligheidswaarden ter harte te nemen en elkaar daarbij te helpen, kunnen we met trots veilig werken!


ONZE VEILIGHEIDSWAARDEN

Verantwoordelijk

Ik zorg voor mijn eigen veiligheid en die van anderen. Bij twijfel vraag ik om advies.

Bewust

Ik ken de specifieke risico's van mijn werkzaamheden en start pas als ik veilig kan werken.

Consequent

Ik werk volgens de afgesproken werkmethoden en veiligheidsvoorschriften.

Respect

Ik spreek anderen op basis van gelijkwaardigheid aan op onveilig gedrag. Als iemand mij aanspreekt, neem ik dit serieus.

Eerlijk

Ik durf open te zijn en alles te melden, zodat we hier samen van kunnen leren.


riol_2

1. BASISREGELS EN PBM’S

ONZE BASISREGELS

KLEDINGBELEID

Wij dragen deugdelijke werkkleding van GMB. Je ontvangt - afhankelijk van je functie - een standaardpakket met bedrijfskleding, doorwerkkleding, veiligheidsschoenen en andere benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.

ORDE EN NETHEID

  • Wij streven naar een opgeruimde projectlocatie en werkplek.
  • Van te voren wordt nagedacht over een goede en volledige werkplekinrichting (voldoende verlichting, positie units en voertuigen, verkeer etc.).
  • Afscheiden van de projectlocatie voor derden (indien nodig afzetlint gebruiken).
  • Afval wordt in de liner kisten, container of preliner gedeponeerd en bij terugkomst in Kampen, Opheusden of Zoetermeer gescheiden ingezameld.
  • De units/voertuigen zijn schoon.

SIERADENBELEID

Armbanden, horloges, ringen en kettingen

Op alle plekken binnen GMB RT waar sprake is van de PBM-draagplicht (alle projectlocaties van GMB RT) geldt voor iedereen - ook voor bezoekers en gasten - het verbod op sieraden. Onder sieraden verstaan we: armbanden, horloges, ringen en kettingen. Krijg je een ring niet af? Dan moet je handschoenen dragen of afplakken met tape. Piercings (die niet bedekt zijn) zijn niet verboden. Is er een kans dat tijdens de werkzaamheden ze een gevaar vormen, dan verwijder je ze of plak je ze af met tape.

OVERIGE REGELS

  • Bij gebruik van een mobiele telefoon worden de werkzaamheden gestaakt en wordt een veilige plek gezocht.
  • Op bepaalde (industriële) terreinen kunnen aanvullende regels gelden. Als deze 'zwaarder' zijn dan onze eigen regels, dan worden deze opgevolgd.
riol_3

ONS PBM-BELEID

Geldt voor alle projecten van GMB Rioleringstechnieken.

  • Helm (altijd in put en bij hef- en hijswerkzaamheden tenzij anders vermeld in de TRA).
  • Veiligheidsschoeisel S3 (altijd).
  • Reflecterende kleding (bij werken in de duisternis, langs de openbare weg of werken in de buurt van bewegend materieel).
  • Handschoenen (altijd).
  • Gehoorbescherming (bij 85 dB en meer).
  • Gasmeter (bij werk in besloten/bijzondere ruimten of afvalwaterlocaties).
  • Bril (bij slijpen, breken, frezen, werken in besloten ruimtes, werken met (vloeibare) harsen etc.).
  • Harnas (bij werken op hoogte, hoogwerker).
  • (Onafhankelijke) Adembescherming (bij blootstelling aan gevaarlijke stof(fen)).
riol_4

2. TOP RISICO'S EN HOE WE DEZE BEHEERSEN

Om risico's te beheersen, is het belangrijk dat je op de hoogte bent van jouw rol in het dagelijkse werk. Wij stellen immers onze eigen veiligheid, die van collega's en anderen met wie wij werken voorop! Zo kan iedere medewerker aan het einde van de werkdag weer veilig en gezond naar huis.

ROL MEDEWERKER

  • Zorg dat je goed geïnformeerd bent, durf om uitleg te vragen en deel je kennis met elkaar.
  • Schat altijd de gevaren voor jezelf en je werkomgeving in en gebruik de juiste middelen.
  • Onderbreek je werk bij een onvoorziene situatie, informeer je leidinggevende en beoordeel de situatie nogmaals.
  • Voer een Last Minute Risk Analyse (LMRA) uit. Ga niet aan het werk als het niet veilig is.

ROL LEIDINGGEVENDE

  • Toon voorbeeldgedrag, in woord en daad.
  • Creëer sfeer en condities, geef vertrouwen zodat medewerkers veiligheidszaken open kunnen bespreken.
  • Zorg dat de veiligheidswaarden binnen jouw team ter harte genomen worden.

WERKEN IN BESLOTEN/BIJZONDERE RUIMTES/WERKEN IN DE PUT (VBVBE GEVAAR)

Werken in een gesloten, deels open of niet gemakkelijk te betreden omgeving met een al dan niet vernauwde toegang. Deze ruimte is niet bestemd voor het verblijf van personen. Van deze ruimte wordt vermoed dat de atmosfeer zodanige stoffen bevat dat bij betreding gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en/of explosie. Voorbeelden zijn putten en riolen en silo's.

RISICO'S

  • Verstikking/gebrek aan zuurstof.
  • Vergiftiging.
  • Bedwelming.
  • Beknelling.
  • Brand en explosies in verband met resten van brandgevaarlijke stoffen, gassen en/of materialen.
  • Elektrocutie.
  • Vallen, stoten, struikelen.
  • Beperkte vlucht- en reddingsmogelijkheden.
  • Bedelving door inkalving.
riol_5

MAATREGELEN

  • Meten luchtkwaliteit (GMB Gasmeetprocedure).
  • Inzetten van mangatwacht.
  • Werkmethode vaststellen via TRA.
  • Werkplek rondom de put vrij houden.
  • Creëer waar mogelijk een (twee) nooduitgangen en houd deze obstakelvrij.
  • Zorg voor ventilatie, eventueel mechanisch ventileren.
  • Communicatiemiddelen inzetten.
  • Laagspanning gereedschap gebruiken (gelijkspanning 110 V en wisselspanning 50 V).
  • Hulpmiddelen gebruiken voor eventuele redding (harnasgordel, driepoot, spare air).
  • Gebruik de voorgeschreven PBM.
  • De mangatwacht moet in geval van een incident nooit zelf de ruimte betreden en anders eerst iemand zijn functie laten waarnemen.
  • Maak gebruik van onafhankelijke adembescherming.
  • Roken in de put is verboden.
  • Oefen noodsituaties.
riol_6

WERKEN ACHTER EEN (TIJDELIJKE) AFSLUITER

Onderhouds-/renovatiewerkzaamheden aan bestaande buisstelsels waarbij mogelijk (afval)water vrij kan komen (wordt tevens beschouwd als werken in een besloten ruimte) en/of waarbij een (tijdelijke) afsluiter wordt geplaatst.

RISICO'S

  • Bezwijken afsluiter door mechanisch falen.
  • Bezwijken afsluiter door te hoge waterdruk.
  • Bezwijken afsluiter door onjuiste toepassing, gebruik en plaatsen van de afsluiter (instructie).
  • Bezwijken (bal)afsluiter door op te pompen met te hoge luchtdruk.
  • Gevaar bij verwijderen stempels.
  • Lichamelijk letsel door bezwijken afsluiter.
  • Verdrinking.
  • Blootstelling aan VBVBE-gevaar.
riol_5

MAATREGELEN

  • Rioolreiniging voor werkzaamheden.
  • Volg de instructie 'plaatsen afsluiters'.
  • Voer het stempelplan uit zodat er ook geen gevaar ontstaat bij het verwijderen.
  • Als het (afval)water afgeblokt moet worden, breng dan (gestempelde) afsluiters bovenstrooms aan. Plaats indien nodig aanvullende voorzieningen zoals een pomp.
  • De afsluiters moeten geschikt zijn voor de te verwachten omstandigheden. De afsluiter moet tenminste bestand zijn tegen de waterdruk.
  • Rioolschotten moeten van een deugdelijke afstempeling worden voorzien. Bij stempelen moet altijd rekening gehouden worden met een veilige vluchtweg van de betreder.
  • TRA opstellen bij grotere en risicovolle werkzaamheden.

STEIGERBOUW

Bij GMB Rioleringstechnieken moet regelmatig een steiger gebouwd worden voor het inbrengen van liners. Deze steigers worden conform een standaard configuratie opgebouwd.

Medewerkers die de steigers opbouwen moeten voldoende opgeleid zijn en in het bezit zijn van een erkend certificaat. Nieuwe medewerkers moeten een geldig certificaat overleggen voordat ze toestemming krijgen om steigers te bouwen.

RISICO'S

  • Vallen van hoogte bij montage/demontage van de steiger.
  • Vallen van steigerdelen.
  • Kantelen van de steiger door onvoldoende stabiliteit, geen beveiliging of ondeskundigheid.

MAATREGELEN

  • Bouw de steiger volgens de bedrijfsconfiguratie.
  • Gebruik goedgekeurde steigerdelen.
  • Gebruik de valbeveiliging, valharnas en helm tijdens het monteren/demonteren van de steiger.
  • Zorg voor een veilige opstelling van de steiger zonder gevaar voor derden.
  • Plaats de steiger op ondergrond met voldoende draagkracht.
  • Voorkom overbelasting van de steiger.
  • Zorg voor een stabiele werkvloer en randbeveiliging aan alle zijden.
  • Draag de voorgeschreven PBM.
riol_7

GEVAARLIJKE STOFFEN

Werken met gevaarlijke stoffen is een groot risico vanwege het mogelijke letsel dat bij blootstelling kan ontstaan. Het is daarom belangrijk dat je jezelf beschermt tegen deze blootstellingen.

Gevaarlijke stoffen zitten bijvoorbeeld in verf, lijm, hars of in de omgevingslucht afkomstig van rottingsprocessen of bedrijven die op riolen zijn aangesloten. De belangrijkste gevaren voor ons zijn H2S en styreen. H2S ontstaat door vergisting van organisch afval. De harsen die wij gebruiken in onze liners bevatten een hoeveelheid styreen (oplosmiddel). Bij het transport, inbrengen en uitharden van de liners komt een klein gedeelte van deze styreen vrij. Styreen komt eveneens vrij bij het aanbrengen van de hars bij putrenovatie.

riol_8

Denk bij gevaarlijke stoffen ook aan dieselmotoremissies bij onze aggregaten en voertuigen en stoffen: stof dat hinderlijk is en geen specifieke gevolgen heeft voor de gezondheid, maar wel de ogen, de huid en de luchtwegen kan irriteren. Voorbeelden zijn: gipsstof, kalkstof, krijtstof.

RISICO'S

  • Lichamelijk letsel op korte termijn zoals brandwonden of oogletsel.
  • Gezondheidsschade op de lange termijn.
  • Gevaar voor de omgeving.
  • VBVBE gevaar.

MAATREGELEN

  • Minimaliseer het aantal mensen dat blootgesteld kan worden.
  • Beperk het gebruik van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen.
  • Gebruik de voorgeschreven PBM.
  • Zorg dat de veiligheidsinformatiebladen aanwezig zijn op je voertuig.
  • Zorg dat de noodprocedures en de Algemene Gevarenkaart in je voertuig binnen handbereik liggen.
  • Adequate bedrijfshulpverlening.
  • Niet roken, eten en drinken in de nabijheid van gevaarlijke stoffen.
  • Opslag, vervoer en laden en lossen conform wet- en regelgeving.
  • Werk volgens de GMB Gasmeetprocedure.
riol_9

WERKEN MET EEN SPUITKOP

Bij het reinigen van (hoofd)riolen heb je het risico van een terugkomende slang (terugslag) met spuitkop uit de put. Als dit gebeurt ontstaat een onveilige situatie voor de machinist, de andere reiniger(s) van het riool en eventuele omstanders. Om het risico van een terugkomende slang bij het reinigen van het (hoofd)riool zoveel mogelijk te beperken, moeten maatregelen worden genomen.

riol_10

RISICO'S

  • Terugkomende slang.

MAATREGELEN

  • Stem de diameter van de spuitkop af op de diameter van de rioolbuis.
  • Gebruik een voorloopslang die minimaal gelijkwaardig is aan de rioolslang met een lente van ongeveer één meter of breng een markering op één meter vanaf de spuitkop aan.
  • Voorzie de afstandsbediening van een noodstop.
  • Voertuig moet in de noodstopcyclus gaan als de verbinding tussen de afstandsbediening en het voertuig wordt verbroken.
  • Afstand voertuig en afstandsbediening moet langer zijn dan de langste slang die gebruikt wordt.
  • Houdt focus bij het inbrengen van de spuitkop en weet dat de slang korter wordt als deze op druk komt.
  • Bouw de werkdruk geleidelijk aan op.
  • Bij beton- en rioolbuizen met een diameter vanaf 300 mm moet een slangleider op de rand van de put worden gebruikt. De slangleider moet met een ketting zijn vastgemaakt aan het voertuig.
  • Zet, indien nodig, de omgeving af om gevaar voor omgeving en derden te voorkomen.
  • Gebruik de voorgeschreven PBM.
  • Bij afwijkend werken moet een TRA opgesteld en geïnstrueerd worden.

VALLEN, UITGLIJDEN EN STRUIKELEN

Een veilige werkplek betekent een werkplek die vrij is van obstakels, goed belopen kan worden en waar geen gevaar is voor vallen en struikelen. Dit gevaar is elk jaar weer een van de belangrijkste oorzaken van ongevallen. Soms door ongelukkig handelen maar vaak omdat er geen sprake is van een opgeruimde, gereinigde of van obstakels vrijgemaakte werkplek.

RISICO'S

  • (Ernstig) letsel door te vallen, uitglijden of struikelen.
  • Vallende voorwerpen in de put.

MAATREGELEN

  • Zorg voor orde en netheid op en rondom de werkplek.
  • Zorg dat er geen onnodige spullen rondom de put liggen.
  • Zorg dat je absorptiemiddelen bij je hebt voor lekkages.
  • Zet je werkplek af voor de omgeving en derden.
  • Gooi afval in de daartoe toegewezen afvalverzamelplaatsen (linerkisten, containers, preliners).
riol_11

WERKEN OP EN LANGS DE OPENBARE WEG

Werken op en langs de openbare weg neem grote risico's met zich mee omdat er gewerkt wordt in een ruimte waarbinnen verkeer plaatsvindt en zich derden bevinden. Hier geldt dus ook dat de veiligheid van de omgeving en derden meegenomen moet worden in de voorbereiding en uitvoering van een werk.

RISICO'S

  • Aanrijdgevaar.
  • Omgeving ondervindt hinder.
  • Geluidshinder medewerkers.

MAATREGELEN

  • Voer het verkeersplan uit.
  • Controleer of laat de verkeersvoorziening periodiek controleren.
  • Zorg voor voldoende werkruimte om de werkplek heen.
  • Zet altijd tijdelijke afzetting neer, ook op stoepen en trottoirs.
  • Draag goede, schone en reflecterende en fluorescerende kleding.
  • Zet je auto zo neer dat deze je beschermt.
  • Zet het stuur zodanig dat bij een botsing de auto van je afdraait.
  • Let goed op jezelf en collega's.
  • Let ook op de andere verkeersdeelnemers.
riol_12

WERKEN IN DE BUURT VAN BEWEGEND MATERIEEL

Het werken in een gebied waar ook vrachtwagens rondrijden en andere machinebewegingen plaatsvinden zoals de machinale bewerking en verwerking van materialen.

RISICO'S

  • Aanrijding.
  • Vallende lading.
  • Beknelling.
riol_13

MAATREGELEN

  • Begeleid eigen materieel bij bewegingen waar gevaar is voor eigen collega's of derden.
  • Pas de methode 'zie ik jou en zie je mij' toe.
  • Zorg voor voldoende werkruimte rondom de werkplek.
  • Voer het verkeersplan uit.
  • Waar mogelijk het loopgebied aanwijzen en markeren.
  • Draag goede, schone en reflecterende en fluoriserende kleding.
  • Zorg voor goede verlichting op en rondom de werkplek.
  • Beperk je tot de wettelijke snelheden.
  • Bij benadering van machines: Kom in het zicht aanlopen en maak je bij benadering kenbaar bij de machinist.
  • Let bij het hijsen ook op bewegingen van derden en zet zo nodig het werkgebied verder af.
  • Let op achteruitrijsignaal en gebruik de camera op groot materieel.

HEF-EN HIJSWERKZAAMHEDEN

Het horizontaal en/of verticaal verplaatsen van lasten.

RISICO'S

  • Vallen van de last.
  • Slingeren van de last.
  • Kantelen door onvoldoende stabiliteit, geen beveiliging of ondeskundigheid.
  • Niet goed aanslaan van de last.
  • Beknellen van handen.
  • Botsing met de gieken van de kraan(wagens).
  • Giek komt in aanraking met hoogspanningsleiding.
  • Blikseminslag.
  • Slechte communicatie machinist en hijsbegeleider.
  • Onvoldoende controle materialen.

MAATREGELEN

  • Gebruik goedgekeurde hijsmiddelen (CE markering, dagelijkse controle, keuring en onderhoud).
  • Gebruik een goedgekeurde hijskraan (CE markering, regelmatige controle, keuring en onderhoud).
  • Zorg voor een veilige opstelling zonder gevaar voor derden.
  • Stempelen op ondergrond met voldoende draagkracht.
  • Plaats kettingen tussen de stempelpoten van de (tele)kraan.
  • Gebruik geschikte communicatiemiddelen tussen machinist en hijsbegeleider.
  • Stop met hijsen als communicatie niet in orde is of als je uit elkaars zicht bent.
  • Zorg dat niemand zich onder last of binnen het valbereik kan bevinden.
  • Zet de werkplek om het valbereik heen af.
  • Controleer de lastbeveiliging op de kraan(wagen).
  • Weet welk gewicht met de kettingen en hijsbanden gehesen mag worden.
  • Gebruik een hijshaak voorzien van veiligheidsklip of klep.
  • Controleer je zicht als machinist voordat je gaat hijsen.
  • Weet welke weersverwachting er is en stoppen bij windkracht 7 (tenzij hijstabel anders aangeeft).
  • Draag de voorgeschreven PBM.
riol_14

WERKEN MET DE SLIJPTOL/KETTINGZAAG

In het riool maken we veel gebruik van de slijptol en/of kettingzaag. Slijptollen en/of kettingzagen vallen onder de meest gevaarlijke arbeidsmiddelen op de werkplek. Bij het werk met dit arbeidsmiddel, vooral in kleine (besloten) ruimtes, moet men te allen tijde de volle aandacht op het veilig gebruik naleven.

RISICO'S

  • Rondvliegende deeltjes van het werkstuk of van de slijpschijf die de gebruiker en anderen kunnen treffen.
  • In aanraking komen met de ronddraaiende slijpschijf/ketting.
  • Uit elkaar springen van de slijpschijf.
  • Brand door het ontsteken van brandbare stoffen of omgeving (LEL).
  • Blootstelling aan schadelijk geluid met gehoorschade tot gevolg.
  • Elektrocutie door onveilig elektrisch gereedschap.

MAATREGELEN

  • Doorslijpen doet men door de slijpschijf, zonder extra druk of kracht, in het werkstuk heen en weer te bewegen.
  • Extra kracht kan alleen worden gebruikt als machine naar je toe wordt bewogen.
  • Houd tijdens gebruik de machine in dezelfde stand.
  • Houd een slijptol/kettingzaag met twee handen vast. Met één hand is een wegslaande tol niet tegen te houden.
  • Gebruik doorslijpschijven niet als afbraamschijf.
  • Slijp niet op de zijkant van de schijf, tenzij deze daarvoor geschikt is.
  • Leg de machine nooit neer als de schijf/kettingzaag nog in beweging is.
  • Slijp/zaag niet zonder beschermkap.
  • Gebruik alleen de slijpschijf die is voorgeschreven voor de te gebruiken slijptol.
  • Gebruik nooit een slijpschijf die over de datum is.
  • Gebruik nooit slijpschijven die nat zijn geworden.
  • Houd bij afbramen een hoek van 15° aan met het werkstuk
  • Overschrijd nooit het maximale toerental.
  • Maak gebruik van de voorgeschreven PBM.
  • Werk met de slijpschijf of kettingzaag op afstand (indien mogelijk).
  • Gebruik de kettingzaag niet zonder zaagbroek of beenbeschermingskappen.
  • Werk in een besloten ruimte (inclusief de verlichting), met elektrische apparatuur met een veilige, lage spanning van ten hoogste 50 Volt (wisselspanning) of 110-120 Volt (gelijkspanning).
riol_15

WERKEN MET ELEKTRICITEIT EN BEWEGENDE DELEN (LOTOTO)

Het wegnemen van alle energie die kan vrijkomen tijdens het werken aan de installatie. Denk hierbij aan druk en gevaarlijke stoffen/gassen in leidingen, stilzetten van mechanisch bewegende delen, spanning voerende delen, temperatuur e.d., Lock Out (Uitschakelen, isoleren en vergrendelen), Tag Out (markeren en labelen) en Try Out (testen).

RISICO'S

  • Elektrocutie.
  • Beknelling.
  • Verbranding.
  • Verstikking.
riol_16

MAATREGELEN

  • Bereid je goed voor, ken de installatie en inventariseer alle energiebronnen.
  • Voer de LOTOTO-procedure uit met bevoegd en deskundig personeel.
    • (Log Out) Iedere werknemer vergrendelt zijn deel van de installatie d.m.v. eigen hangslot en alleen hij mag deze verwijderen.
    • (Tag Out) Kaart op de machine of in de directe omgeving hiervan.
    • (Try Out) Na vergrendeling testen of het onderdeel werkelijk niet meer ingeschakeld kan worden.
  • Zorg voor aanwezigheid van alle LOTOTO-materialen.
  • Voer de TRA uit.
  • Startwerk en werkvergunning aan alle betrokkenen instrueren.
  • Werk nooit onder spanning!
  • Gebruik altijd een veilige spanning (gelijkspanning 110 V en wisselspanning 50 V).

TALUD/ONTGRAVINGEN

Het werken op een talud (helling/schuinvlak) of in een open ontgraving.

RISICO'S

  • Uitglijden.
  • Bedelving.
  • Beknelling.
  • Bedwelming.
  • Vallende onderdelen.
  • Vervuilde grond.
  • Water in de kuip/ontgraving.
  • Inkalven van talud.
  • Bezwijken van de grond kerende constructie.
riol_17

MAATREGELEN

  • Breng afzettingen aan (afhankelijk van omgeving).
  • Tref voorzieningen om droog te kunnen werken.
  • Toegang situeren door middel van taludtrap.
  • Twee veilige toegangen en uitgangen en/of vluchtwegen loopgebied aanwijzen en markeren.
  • Gebruik een sleufkist bij instabiele grond of beperkte ruimte.
  • Maak gebruik van stempels, bekistingen of damwanden wanneer de diepte van de sleuf of put meer dan 1 meter bedraagt.
  • Maak afspraken over werkmethode (niet draaien over medewerkers).
  • Toepassen van verlichting.
  • Werk in sleuven met veilige spanning (maximaal 50 V wisselspanning of 110 V gelijkspanning) of accugereedschap.
  • Zware machines (bijvoorbeeld graafmachines) moeten op afstand van het talud blijven.

riol_18

3. STOP THE JOB BELEID

WANNEER MAG JE HET WERK STOPPEN?

GMB vindt het belangrijk dat je de werkzaamheden stopt als je twijfelt of de omstandigheden veilig zijn of als iemand onveilig handelt. Onderbreek je werk bij een onvoorziene situatie, informeer je leidinggevende en beoordeel de situatie na de genomen maatregelen nogmaals.

riol_19



4. INSTRUCTIES EN VOORLICHTING


riol_20

GMB zijn er diverse vormen van regulier overleg over veiligheid:

START WERKINSTRUCTIE

Bijzonderheden in veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu worden tijdens de startwerkvergadering met alle betrokken eigen medewerkers, inleen- en onderaannemers van het project gehouden.


DAGELIJKS/WEKELIJKS

Eenmaal per dag of per week voor aanvang van de werkzaamheden wordt de voortgang van het werk besproken waarbij veiligheids-, gezondheids-, welzijns- of milieu gerelateerde zaken aan de orde komen.


TOOLBOX

Minimaal één keer per maand organiseert de uitvoerder een toolbox met alle werknemers die op de bouw onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Een toolboxmeeting is een kort periodiek werkoverleg met als doel de veiligheid te bevorderen. Van elke toolboxmeeting wordt een aanwezigheidslijst opgesteld.


STARTUP VEILIGHEID ZÓ!

Elk jaar voert GMB RT één Startup Veiligheid Zó! uit. Hierin wordt vastgelegd hoe van Zó! Veilig een succes wordt gemaakt. Op de Startup Veiligheid poster worden jaardoelstellingen vastgelegd en welke veiligheidswaarden binnen die doelstellingen worden geambieerd.


BESPREKING OMTRENT RISICOVOLLE ACTIVITEIT (Taak Risico Analyse)

Voor aanvang van risicovolle of bijzondere werkzaamheden vindt er een overleg plaats in het teken van de Taak Risico Analyse. Hier wordt besproken wat de werkzaamheden inhouden, wat de specifieke gevaren zijn en welke beheersmaatregelen er toegepast worden. Alle aanwezigen moeten tekenen dat zij deelgenomen hebben aan het overleg.


VEILIGHEIDSDAG

Een jaarlijks evenement waarbij alle medewerkers een werkdag een programma volgen die volledig in het thema staat van bewust veilig werken.


riol_21

5. MELDINGSBELEID

Om een goede trendanalyse te kunnen maken en daarmee mogelijk ongevallen in de toekomst te voorkomen, is het van groot belang dat gevaarlijke situaties, bijna-ongevallen en ongevallen gemeld worden. Ook al is er (nog) niets mis gegaan, bijna-ongevallen of gevaarlijke situaties zijn een belangrijke les. Vaak worden incidenten afgedaan als 'onoplettendheid' en 'kan gebeuren', maar meestal zit er meer achter.

Meldingen kunnen worden gedaan via verschillende kanalen:

  • Zó Veilig app.
  • Sharepoint.
  • KAM-afdeling (kam@gmb.eu).

Een belangrijk uitgangspunt is dat -als de situatie dat toelaat -men eerst wordt aangesproken om de context te achterhalen.


Doe het volgende bij het maken van een melding:

  1. Maak een foto van de situatie die je aantreft (gevaarlijke situatie, verontreiniging, bijna-ongeval).
  2. Omschrijf duidelijke de situatie en het mogelijke gevaar.
  3. Maak (indien mogelijk) een foto van de situatie zodra deze afgehandeld is.

GMB maakt onderscheid tussen de volgende gebeurtenissen:

  • VGM-incidenten (onveilige situaties/onveilige handelingen/verontreiniging).
  • Bijna-ongeval.
  • Ongeval met of zonder verzuim.

Bij elke melding wordt er een terugkoppeling gegeven aan de melder.


riol_22

6. IN GEVAL VAN NOOD

Bel als er een ongeval is gebeurd en indien de situatie daar om vraagt, als eerste de hulpdiensten via 112. Raadpleeg vervolgens direct de noodprocedures zoals de alarmkaart, het reddingsplan besloten ruimten of het project-specifieke calamiteiten- en communicatieplan. Verleen Eerste Hulp, op de units zijn benodigde EHBO-materialen aanwezig.

De alarmkaart is te vinden op de units (voertuigen). De alarmkaart beschrijft de eerste instructie over alarmering en melding en geeft de belangrijkste partijen aan die ingelicht moeten worden bij een ongeval. In het projectspecifieke calamiteiten- en communicatieplan staat beschreven hoe men zich voorbereid heeft op calamiteiten en hoe men met calamiteiten omgaat. Binnen GMB RT is iedereen verplicht om op de hoogte te zijn van de geldende noodprocedures. Meld een ongeval altijd direct bij de uitvoerder. De uitvoerder neemt contact op met de afdeling KAM en indien nodig met de bedrijfsdirecteur.

Op het werk zijn altijd BHV-ers aanwezig. De namen van deze gediplomeerde hulpverleners staan op de alarmkaarten. Iedere medewerker van GMB RT die langer dan één jaar in dienst is heeft BHV.


riol_23